
Energyhubs door de lens van commonstheorie
Iedereen kan een energiedrager zijn. Zo ook Ward Boots, beleidsondersteuner Energiesysteem, die voor zijn afstudeerscriptie energyhubs bestudeerde door de lens van commonstheorie.

Waar gaat je afstudeerscriptie over?
Ward: “Ik heb commonstheorie gebruikt als een lens om energyhubs te onderzoeken en zo te ontdekken wat de beste manier is om een energyhub te besturen. De common is iets wat van ons allemaal is: de lucht, bossen, visvoorraden en (weliswaar komt dit tegenwoordig niet veel meer voor in Nederland) stukken grond die van niemand zijn, en daardoor van ons allemaal zijn; ‘de meent’. Iedereen heeft toegang tot de common en moet er gebruik van kunnen maken wanneer diegene dat wil. Meestal is het zo dat iemand die meer gebruik maakt van de common, bijvoorbeeld een visser, meer profijt ervan heeft dan anderen. Dat vinden we met zijn allen prima. Maar als íedereen ineens wil meeprofiteren van de common, ontstaat er een ‘tragedie’: overbevissing. En daardoor verslechtert de kwaliteit van de common. Energie kun je ook zien als een common. En nu iedereen in Nederland gebruik wil maken van energie, ontstaan er problemen, waaronder netcongestie. Terwijl in de basis eigenlijk iedereen een aansluiting zou moeten kunnen krijgen volgens de energiewet.”
Wat vertelt commonstheorie ons over Energyhubs?
Ward: “Je ziet dat bedrijven zich gaan organiseren als reactie op netcongestie. Hoe kunnen zij in hun eigen energie voorzien en het volle net omzeilen? Eigenlijk organiseren zij een soort gezamenlijke nieuwe common. Dit wordt door Elinor Ostrom, nobelprijswinnaar op onderzoek naar commons, gezien als een oplossing voor de tragedie. Samenwerken is daarin een belangrijke sleutel. Ik heb drie energyhubs in Nederland onderzocht om te ontdekken hoe zij afspraken maken. Hierop heb ik acht ontwerpprincipes van commonsmanagement getoetst om te zien hoe zij presteren.”
Energiedrager Ward vertelt
Ward is initiatiefnemer van dit project en daarom één van onze energiedragers. Wil jij meer weten over het verloop van dit project? Of sparren over een soortgelijk initiatief in jouw regio? Neem gerust contact op, Ward helpt je graag verder.
06-51652188
w.boots@venlo.nl


Zijn Energyhubs altijd een goede oplossing volgens commonsmanagement-theorie?
Ward: “Een van Elinor Ostroms acht designprincipes voor succesvolle commons is het hebben van duidelijke grenzen, zowel fysiek als sociaal. Energyhubs voldoen hier in zekere zin aan: ze organiseren zich vaak binnen een afgebakende netring, wat een fysieke grens impliceert. Tegelijkertijd zijn ze verbonden met het bredere elektriciteitsnet, waardoor ze afhankelijk blijven van knelpunten stroomopwaarts.
Ook sociaal is er vaak sprake van afbakening: lid versus niet-lid. Hoewel energiehubs de netcongestie voor hun deelnemers kunnen verlichten, brengen ze ook het risico met zich mee dat er een onderscheid tussen insiders en outsiders ontstaat. Dit onderscheid ontstaat deels door technische en juridische vereisten: kleinverbruikers kunnen bijvoorbeeld niet aan alle contractvormen deelnemen. Daarnaast is het opzetten van een energiehub een intensief en complex proces. Om die complexiteit beheersbaar te houden, kiezen initiatiefnemers er vaak voor om het aantal deelnemers te beperken. Dit leidt tot een selectieve toegang, waarbij niet iedereen zomaar kan instappen.
Een ander knelpunt is de integratie van nieuwkomers. Er wordt nog onderzocht hoe nieuwe deelnemers op een verantwoorde manier als deelnemers kunnen worden toegelaten, zonder de continuïteit van de hub in gevaar te brengen. Hierbij speelt ook het free-riderprobleem een rol: hoe voorkom je dat nieuwkomers profiteren van collectieve voordelen zonder bij te dragen aan de kosten of inspanningen?”
Wat zijn je belangrijkste conclusies en aanbevelingen?
Ward: “In mijn onderzoek vat ik mijn conclusies samen in drie kernaanbevelingen. De eerste is: Energiehubs zijn een middel, geen doel op zich. Energiehubs worden nu als KPI gezien door het ministerie van KGG. Ze streven naar 500 hubs. Gezien de complexiteit van het opzetten van een energiehub en de dynamiek tussen insiders en outsiders, is het energiehub-model echter niet altijd de meest geschikte vorm. Om buiten de schaal van de hub het net te ontlasten, is een fijnmazig netwerk waarin opwek en verbruik nauw op elkaar zijn afgestemd en waarbij flexibiliteit mogelijk is van belang. Het is juist deze fijnmazige structuur die het hoofdnet effectief kan ontlasten. Daarom zou juist dit het doel moeten zijn en niet het realiseren van energiehubs op zichzelf.
Mijn tweede aanbeveling is dat het energiehub-concept toegankelijker moet worden gemaakt. Onderzoek hoe het model vereenvoudigd kan worden, bijvoorbeeld door kleinere coalities te vormen of oplossingen te ontwikkelen die minder afhankelijk zijn van externe besluitvorming of toestemming en meer van lokaal initiatief en ondernemerschap. Autonomie blijkt namelijk een belangrijke factor te zijn voor het lokaal managen van energie en het tot stand komen van energyhubs.
Tot slot moet de adoptiegraad van bestaande proposities verhoogd worden. Netbeheerders, overheden en marktpartijen ontwikkelen op hoog tempo nieuwe maatregelen en contractvormen om netcongestie tegen te gaan. Er bestaat een risico dat dit het speelveld nog complexer maakt. Een aanbeveling zou kunnen zijn om te focussen op ‘wat we nu hebben’ en ervoor te zorgen dat deze voorstellen functioneren en worden overgenomen, in plaats van voortdurend nieuwe voorstellen te introduceren.”
Wat ga je hierna doen? Gaan we je aanbevelingen terugzien in de praktijk?
Ward: “Het komende jaar ga ik aan de slag met de master Urban and Regional Planning. Daarnaast blijf ik werken in het programmateam van de RES NML. Ik ga één van mijn aanbevelingen ook gedeeltelijk oppakken tijdens mijn werk: hoe verhogen we de adoptiegraad van congestiemanagementmaatregelen? Ik ben enthousiast om met dit onderwerp door te gaan.”
Op zoek naar meer inspiratie?
Ontdek meer initiatieven en laat je inspireren!
Lokaal eigendom begint bij de mensen die ernaast wonen
Andres zet zich in voor lokaal eigendom en laat zien hoe inwoners zelf een rol kunnen spelen in de energi…
Energiezekerheid voor de Widdonckschool in Heibloem
De Widdonckschool groeide in leerlingenaantal en wilde uitbreiden. Het elektriciteitsnet kon die stap nie…
De zoutbatterij als alternatief voor opwek én opslag
Wat nou als Joey je vertelt dat hij dé oplossing heeft voor energieopslag en een alternatief voor de cv-…

Energiedrager worden
Draag jij bij aan een inspirerend initiatief of goed voorbeeld in de energietransitie? Stuur het in, zodat we het kunnen delen op onze projectenpagina! Of laat je inspireren op de website en neem contact op met andere energiedragers.



